50 jaar Utrechtse Studenten Rugby Society:

De allereerste president van de USRS Otto Nelemans en huidig praeses Aaron Otte

Rugby, flink ravotten en de derde helft

 

Het begon allemaal vijftig jaar geleden. Een aantal jongens die elkaar via-via kenden van het Utrechtsch Studenten Corps, wilden iets anders dan roeien bij Triton. Nu, vijftig jaar later is de Utrechtse Studenten Rugby Society een van de grootste studentenrugbyclubs van Nederland met vier herenteams en een Jonghe Hondenteam. RUGBY. sprak de allereerste president Otto Nelemans en huidig praeses Aaron Otte over vijftig jaar Utrechtse Studenten Rugby Society.

Klaar met roeien

Het begon allemaal tijdens een feestje in de kelder van het studentenhuis van Otto Nelemans. Hier raakte hij aan de praat met Geerten van den Brink. Nelemans was uitgekeken op het roeien bij Triton en wilde wel eens wat anders doen qua sport. Op de een of andere manier kwamen ze bij het onderwerp rugby. Van den Brink kende iemand die gerugbyed had en vond dat het wel tijd werd dat er in Utrecht ook een clubje opgericht werd. ‘Dat idee sudderde een zomer lang door, tot er na de zomer concrete plannen werden gesmeed en de nodige voorbereidingen werden getroffen’, aldus Nelemans. Het idee van studentenrugby bleek een succes, want nog voor de vereniging officieel opgericht werd, haakten nog meer roeiers van Triton aan. Nelemans: ‘Het leuke van rugby is dat je flink kon ravotten en die derde helft, ja, dat had toch wel iets’.

‘Het leuke van rugby is dat je flink kon ravotten en die derde helft, ja, dat had toch wel iets’.

Op 6 november was het zover, de oprichtingsvergadering van de Utrechtse Studenten Rugby Society. De Dies Natalis valt echter op 7 november, maar daar was volgens Nelemans een logische verklaring voor: ‘De vergadering was ’s avonds, maar het moment waarop het officieel gebeurde, was rond middernacht dus vandaar 7 november’. Tijdens deze vergadering werd het eerste bestuur van de Utrechtse Studenten Rugby Society geïnstalleerd, met Nelemans als eerste president.

Wachten op de eerste try

Niet alles ging in het begin even soepel. Zo wilden de mannen graag wedstrijden spelen, maar was de competitie al begonnen. Achteraf gezien maar beter ook, want het heeft nog enige tijd geduurd voor er überhaupt wedstrijden gewonnen werden. Pas na tien of elf wedstrijden werd er gewonnen.

Die eerste try, van Michiel van Ravensteyn, is daardoor ook een legendarische. Van Ravensteyn, die volgens Nelemans eigenlijk totaal niet het postuur had om te rugbyen, scoorde eigenlijk per ongeluk. ‘Hij kreeg de bal, viel over de tryline en drukte daarmee de eerste try.’

‘Hij kreeg de bal, viel over de tryline en drukte daarmee de eerste try.’

Van besloten naar open

In de loop der jaren is er een hoop veranderd. Na ongeveer drie jaar kregen de heren een eigen veld op het huidige Olympos en het ledenaantal groeide gestaag. Nelemans: ‘Toen we hier begonnen werd er eigenlijk vooral gerugbyed. Er was nauwelijks iets.’ Met het veld op Olympos kwam ook de druk van buitenaf om de society open te stellen voor niet corpsleden. In het begin werd er nog wat tegengesputterd, maar toen vijftien heren van Veritas zich wilden aansluiten, bleek het tij gekeerd.

Hoewel de club inmiddels al jaren open is gesteld voor niet corpsleden, denkt Nelemans dat het corps zeker wel zijn stempel heeft gedrukt op de club. Huidig praeses Aaron Otte sluit zich hierin aan bij Nelemans: ‘Ik denk dat je dat ziet bij alle studentenrugbyclubs die ontstaan zijn uit het plaatselijke studentencorps. Het aantal leden dat lid is van het corps, gaat met ups en downs, het ene jaar zijn het er meer dan het andere.’

Vergeten regels van studentenrugby

USRS was de vierde studentenrugbyvereniging, na de Delftsche Studenten Rugby-Club, het Leidsch Studenten Rugby Gezelschap en de Amsterdamse Studenten Rugby Vereniging Ascrum. De Utrechtse mannen wilden qua naam iets anders, omdat zij uiteraard niet onder wilden doen voor de andere clubs, verenigingen en gezelschappen. Na een ‘eindeloze’ vergadering werd volgens Nelemans uiteindelijk voor de naam society gekozen.

Bij het oprichten van de society, waren zij echter één ding vergeten. Namelijk het inlichten- en in acht nemen van de regels horend bij studentenrugbyclubs. Toen zij na het spelen van een tweetal vriendschappelijke wedstrijden vonden dat het tijd was om lid te worden van de Studenten Rugby Bond, kregen zij op dit verzoek een kort en bondig antwoord van de secretaris van de Nederlandse Studenten Rugby Bond. Hieruit bleek dat de Utrechtse Studenten Rugby Society helemaal geen lid kon worden van de Studenten Rugby Bond, alvorens de Delftsche Studenten Rugby-Club in Utrecht op bezoek was geweest. Deze daaropvolgende wedstrijd werd omgezet in een overwinning voor de heren uit Delft, maar het is vooral de borrel na afloop die bij velen nog in het geheugen gegrift staat. Nelemans haalt hierbij een quote uit het eerste lustrumboek aan, van Van den Brink: ‘Ik heb medelijden met de mensen die dat gemist hebben’.

Hoogtepunten en tradities

Een van de andere historische hoogtepunten was volgens Nelemans de wedstrijd in 1971 die ter ere van het lustrum van het Utrechtsch Studenten Corps werd gespeeld tegen de heren van URC. Nelemans: ‘In een vol stadion Galgenwaard speelde DOS tegen Eintracht Frankfurt geloof ik, en wij mochten de voorwedstrijd spelen. We moesten zelf alles regelen, zelfs het neerzetten van de palen. Dat was wel mooie PR voor de society.’

Een pagina uit het eerste lustrumboek van de USRS, met daarop foto’s van de wedstrijd USRS tegen URC in de oude Galgenwaard

Hoewel er in vijftig jaar veel is veranderd en tradities komen en gaan, wordt een van de belangrijkste tradities nog altijd in stand gehouden: het zingen van (rugby)liederen. Waar het vroeger traditie was om na de wedstrijd met zijn allen richting de sociëteit te gaan, daar gezamenlijk te eten en rugbyliederen te zingen, wordt dit nu gedaan tijdens de zogeheten Jonghe Honden zangavond op de sociëteit.

Spontane wedstrijden en beroerde velden

Een andere belangrijke traditie zijn de toernooien en trips naar het buitenland. Een van de meest memorabele trips zijn voor Nelemans de twee trips naar Parijs. Waar het tegenwoordig gewoonte is om voorafgaand aan de trip al een rugbywedstrijd met een lokale club te regelen, was dit vroeger niet het geval. ‘We gingen daar naar de kroeg en raakten aan de praat met een stel Fransen. We vroegen ze of ze toevallig zin hadden om de dag erop een rugbywedstrijd te spelen, en zo geschiedde.’ Iets wat vaak hand in hand lijkt te gaan met trip, zijn de beroerde velden waarop de heren deze wedstrijden spelen. Zo herinnerde Nelemans zich een wedstrijd tegen Brussels British, waar het veld één grassprietje telde en de rest water was. ‘Ook speelden we een keer in Canterbury één helft bergop- en een helft bergafwaarts, omdat het hoogteverschil tussen de trylijnen ongeveer tien meter was.’ Voor de huidig praeses Otte was de meest recente trip naar Boekarest hier een goed voorbeeld van. ‘Het was een veld, met overal heuvels, kuilen en plassen. In het trygebied stond zelfs een trekker uit de jaren tachtig, die helemaal uit elkaar gevallen en overgroeid met gras was. Op het moment dat iemand mogelijk een try ging drukken zeiden we, duik maar niet want voor hetzelfde geldt duik je op een metalen balk.’

‘Iets wat vaak hand in hand lijkt te gaan met trip, zijn de beroerde velden waarop de heren deze wedstrijden spelen.’

Rivaliteit onderling

Ook de gezonde rivaliteit met andere verenigingen van vroeger, is iets wat nog steeds leeft binnen de society. Zo werd het rugbyteam van Nyenrode, dat nu hogeschool Breukelen wordt genoemd, in de tijd van Nelemans aangeduid met de scholieren uit Breukelen. Otte: ‘Die rivaliteit is er nog steeds, daarom is het ook wel jammer dat de Delftsche studenten zijn gepromoveerd. We spelen dit jaar wel tegen Ascrum met het eerste, maar wel tegen hun tweede team. Als je die verliest ben je echt vernederd, een beetje hetzelfde als met Leiden 2 in uw tijd’, refererend aan een van de eerste wedstrijden van Nelemans en de society.

Mooie toekomst tegemoet

Misschien wel de belangrijkste stabiele factor van de society is het grote ledenaantal. Al sinds de jaren zeventig heeft USRS namelijk vier competitieteams en een Jonghe Hondenteam. Nelemans: ‘Bizar joh, dat er toen al zo’n ontzettende aantrekkingskracht was. Terwijl rugby juist nu zo aan het groeien is en wij toen al even groot waren als we nu zijn.’

Voor de toekomst voorzien zowel Nelemans als Otte mooie dingen voor de USRS. Otte: ‘Ik zie ons nog heel lang bestaan en ons tweede team is vorig jaar gepromoveerd van de derde naar de tweede klasse. Dat is ontzettend mooi, nu hebben we een team in de eerste klasse, een team in de tweede klasse, een team in de derde klasse en een team in de vierde klasse.’

Maar nu eerst de lustrumweek. Deze is afgetrapt met de zangavond op maandag. Gedurende de rest van de week zijn er elke dag activiteiten voor leden en oudleden. Nelemans kijkt ernaar uit. ‘Tijdens het diner ben ik tafelvoorzitter en ik ga ook een speciaal cadeau aan de vereniging aanbieden, maar dat is nog even een verrassing.’